Petőfi gyüjtemény - A sorozat / 18-es doboz
c 0Iictiu\2 (?ciirant ZONDAGSBLAD 25eJAARGANG Hoofdredacteur: A. J. Bothenius Broüwer. ZONDAG^6 APRIL 1925. Directeur: E._A "Wolfson. Het eeuwfeest Van Jokai. Het jaar 1825 was één van de meest 'belangrijke jarém in de groote Renaissance der Hongaarsche natie in het begin der i9d« eeuw: op staatkundig gebied, de opening van het reformparlement, dat, onder leiding van Szédhényi, en later van Kossuth, die hervormingen . tot stand" bracht, welke in andere landen slechts door bloedige revoluties waren bereikt; op wetenschappelijk gebied, de stichting van de Hongaarsche Academie van Wetenschappen door den grootsten Hongaar Szédhényi; en op letterkundig gebied, het verschijnen van het nationale epos van Vörösmarty, dat de in letargi'e verzonken natie tot nieuwe kracht inspireerde ter vervulling 'van haar historische roeping. Is het echter misschien niet belangrijker, dat in 1825 te Kcmarom de grootste Hongaarsche romtfnsechrijver Jókii geboren werd? De andere gebeurtenissen beperkten zich tot Hongarije; Jókdi’s werken echter, vertaald in 10 verschillende talen — zoo ook in het Nederlandsch —• hebben niet alleen den Hongaarschen genius bekend gemaakt, maar zeer zeker kan men beweren, dat Jókdi een genie was, dat aan den vooruitgang der menschelijke beschaving en aan de ontwikkeling der wereldliteratuur heeft deelgenomen. Het is niet aan ieder dichter gegeven zijn talent gedurende een lang leven te kunnen ontplooien, zooals bijv. Goethe, maar Jókdi was ook onder die uitverkorenen en hij mocht 73 jaar lang zijn meesterpen in handen houden: zijn eerste gedicht verscheen, toen hij 6 jaar oud was en zijn laatste roman over zijn eigen leven beëindigde hij in 1904, in welk jaar hij ook stierf op 79-jarigen leeftijd. In zijn boeken schiep hij een nieuwe wereld, nu eens geschilderd met veel idealisme, dan weer met meianchoiieken humor of met kinderlijke naïeviteit, in de meest verschillende verhalen uit>’t verleden, zooals: De Gouden Eeuw der Zevenbergen, Zoltén Karpathi; of uit bet heden, zooals: De goudmensch, Zwarte Diamanten; of over de toekomst; De roman der XXste eeuw. Zijn buitengewone productiviteit — de volledige uitgave zijner werken bestaat uit 120 deelen — heeft de hoedanigheid zijner romans bijna nooit ben adeeid, ________________—-----------------,—rH eel Hongarije heefr met het grootste enthoeCiasme het Centenarium van Jókdi gevierd en de litteraire kringen van vtV landen hebben hulde gebracht aan dit Hongaarsch «genie, gelijk aa.n Petöfi, wiens eeuwfeest verleden jaar door de geheele letterkundige wereld herdacht werd. Speciaal in het geestesleven van Hongarije, zal Jókdi steeds een voorname plaats innemen. Terecht wees in de zitting der Nationale Vergadering, welke aan de nagedachtenis van Jókdi gewijd was, o u d- minister Pekdr, President der Petöfi-Academie en de voornaamste leider der Hongaarsche litteraire wereld, er op, dat „behalve in de zuiver lctterkupdige waarde van de boeken van Jókdi de foe- teekenis van zijn letterkundige werkzaamheid pok daarin ligt, dat zijn idealisme, zijm harmonische wereldbeschouwing, doof zijn onbeperkte phantasie, kleurrijken stijl en dicht er I ijk-n a t u u rl ijke taal, geconcretiseerd in de meest verschillende verhalen, de nieuwe generaties onzer veelbewogen-, decadente tijden inspireert tot hoogere idealen, tot een streven naar het nobele, naar het seboonere in 'het leven. Aan den Hongaatschen hemel schitteren naast de vele sterren, kometen en meteoren der onsterfelijke groote koningen, staatslieden, geleerden en kunstenaars uit de duizendjarige historie van het Magyarenland, gelijk aan Castor en Pollux: Petöfi en Jókai”, aldus oud-minister Pèkér in zijn . ...................-■ " "'—" 7 r edevoering. Een dubbel centenarium maakt hen tot eeuwiglichtende, troostende, ons- allen verheffende sterren der Hongaar- sohe natie. Men zegt wel eens, dat de sine qua non van een genie is, dat hij op tijd kome; wee hem, die te laat of te vroeg is ; de grootste kwamen altijd a tempo, als Shakespeare, Molière, Cervantes, zoo met de punctualiteit hunner groote roeping verschenen Joiidi en Petöfi. De groote herleving van Hongarije in ’t begin der 19de eeuw had beiden noodig. In dén vrijheidsoorlog van 1848 was Petöfi de trompet, die ten strijde voor de vrijheid riep. Jókdi deed de bloemen van zijn hart, gelijk aan den wonderboom uit de Duizend en Ben Nacht, op de wonden van zijn terneergeslagen volk strooien en leidde het in het leven terug. Zij vormden een groote eenheid ais twee kanben van één leven, en in hun eeuwfeest kwamen zij juist dan weer terug, als hun veelbeproefde natie weer kracht, hoop en vertrouwen kon scheppen uit due wereld, welke zij, gelijk aan góden, geschapen hebben, en waarheen zij ons, d'.. h..n pracht met toewijding bewonderen, als sterren leiden. K. von Buday.